Start
Omhoog
         

 

 

Primeur in mineur.

 

“Het beloofd weer een goed wijnjaar te worden” was een veel gehoorde kreet uit een grijs verleden. De jaren 80 wel te verstaan. De geruchtenmachine kwam eind oktober langzaam op gang, wanneer de eerste oogsten waren gedaan. Als overdreven aankondiging van dé Beaujolais Primeur.

Die moést je absoluut geproefd hebben anders hoorde je zeker niet bij de connaisseurs.

Na de déblocage, de derde donderdag in november, hoorde je er over mee te kunnen praten.

Wanneer de zeer jong gebottelde, nauwelijks uitgegiste druivensappen, vol van fruit en aroma’s, met de geur van druiven en vruchten het glas uitspatte, werd gekeurd en goed bevonden.

Ja, dan was het duidelijk, het was een goed jaar. En dat zou dan weer wat beloven voor de rest van de Bourgognes die wel de tijd zouden krijgen om te rijpen in eikenhouten vaten, om later op fles te kunnen verouderen. Ja, verouderen. Er zijn er veel ver-ouderd!

Bij de Bordeaux wijnen was dat natuurlijk weer anders.

De Bordeaux is een andere streek en het is niet vanzelfsprekend dat het ook daar een goed wijnjaar zou zijn. Maar ja, zij hadden geen Primeur.

De wijnen uit de Bordeaux moesten zowiezo rijpen en verouderen.

 

De oorspronkelijke traditie van de Beaujolais Primeur is een traditie die gestoeld is op het feit dat de arme wijnboeren uit de Beaujolais snel geld wilden maken. Geld dat hard nodig was om te overleven en te investeren in de productie van prachtige Cru’s.

Kapot gemaakt door wat ik noem, de marketingmachine. Primeur werd gemaakt om winst, veel winst te maken. Producties werden opgeschroeft, wedstijden georganiseerd wie de eerste Primeur in Nederland kon aanbieden en ik betwijfel zelfs of alle Primeur in die tijd daadwerkelijk uit de Beaujolais afkomstig was. Vrachtwagens vol Primeur overspoelden Nederland.  Het gevolg was dat de kwaliteit sterk terug liep en de connaisseur afhaakte. Uiteindelijk haakte de consument ook af. Langzaam werd de ondergang van de Beaujolais ingeluid. De huidige tendens is dan ook dat je er niet bij hoort als je Primeur drinkt.

 

Er gloort echter weer hoop aan de horizon. Omdat de revival van de rosé een feit is,

kwaliteits rosé, wel te verstaan, geloof ik ook in de opbloei van de Beaujolais.

Beaujolais van goede kwaliteit natuurlijk, ambachtelijk en traditioneel vervaardigd.

Dus niet nagistend in de fles en verplicht binnen het jaar te moeten consumeren. U leest het goed, Beaujolais die je gewoon 2 tot 5 jaar kan bewaren. Van een Beaujolais Villages tot een Cru. Kent u ze nog?

Saint-Amour, Chénas, Juliénas, Fleuri, Morgon, Moulin-à-Vent, Chiroubles, Régnié. Brouilly en Côte de Brouilly. Alleen al om de naam zou je al een fles willen kopen.

Er is een duidelijke trend naar light. En wat is een Beaujolais? Juist, light.

Drink hem licht gekoeld, graadje of elf, twaalf. En als een zogenaamde connaisseur u meewarig aankijkt terwijl u geniet van uw Beaujolaitje, laat hem even ruiken en meeproeven. Wijn maakt altijd vrienden.

Beaujolais is een uitstekende overgang na de overvloed aan zomerrosé en voor de stevige rode jongens die het wild gaan begeleiden.

Maar daarover een volgende keer.